Deze pagina is nog in opbouw, momenteel wordt door Wim Wattel nog gewerkt aan
het laatste stukje voor wat betreft "de hoenders op de tentoonstelling".
Wim heeft beloofd dat dit binnen een paar weken klaar zal zijn. Ik wilde u echter de shows van de komende tijd niet
onthouden.
Als je nog meer of ook eens een tentoonstelling
wilt bezoeken of een keer met je dier mee doen bezoek dan de volgende pagina
eens: http://www.kleindiermagazine.nl/tentoonstellingen.htm
deze wordt altijd bijgehouden en is daardoor actueel.
Helaas is de Delta show van 2005 niet doorgegaan.
Het bestuur vond dit een te groot financieel risico.
De Konijnen, Cavia's, Grote en Kleine Hoenders,
de Duiven en de Sier- en Watervogels.
Op 17 en 18 november 2004 was het weer zover. De medewerkers van de
stichting de Delta-show en andere kleindierenverenigingen vanuit de provincie
waren weer dagen in de weer geweest om "hun" tentoonstelling op te
bouwen. Het is de de 35ste show van deze stichting welke een link heeft naar de kleindierenvereniging
"Walcheren".
Het is een primeur voor de stichting omdat ze volgens
mijn weten dit jaar, 2004, voor het eerst alle 3 de provinciale bondsshows mogen
organiseren. Dit houdt dus in dat ze de provinciale bondsshows organiseren voor
zowel de konijnen, de grote en kleine hoenders alsmede voor de sierduiven. Al
jaren doe ik zelf ook mee aan deze show maar helaas kan ik dit jaar niet mee
doen aan de show om de simpele reden dat ik vergeten ben -in verband met te veel
drukte- om in te schrijven. Helaas heeft men ook niet gebeld of ik mee deed want
dat had ik zeker gedaan want uiteindelijk ben ik een vaste inzender op deze
show.. Maar goed, ik ga hier onder deze show maar eens proberen
te verwoorden. Misschien dat u bij het zien van deze pagina, hetgeen in de
toekomst ook wel pagina's zullen gaan worden, u wel zo enthousiast wordt dat
u dan ook wel het een of ander in verenigingsverband wil gaan kweken.
Onder het mom van vele handen maken licht werk
is de show hier alweer opgebouwd en zien we hier de schitterende entree. Volgens
mij wordt deze al jaren door dezelfde familie verzorgd; de familie Wattel.
Op 18 november kon men de dieren 's avonds in
de kooien brengen. Na het inkooien kregen de dieren nog de nodige verzorging en
konden ze een nacht wachten op de dingen die gingen komen. Op de andere dag de vrijdag, 19 november,
worden de medewerkers aan deze show ingedeeld bij de keurmeesters om de
keurmeesters te assisteren tijdens de keuring. De meeste keurmeesters hebben
maar 1 helper nodig en deze helper heeft de functie van schrijver. Deze schrijver vult de gegevens
in welke de keurmeesters opgeeft aan zijn schrijver.
Deze zet dan de gegevens op de "keurkaart". De gegevens welke van
belang zijn voor de keuring zijn de volgende. Men let bij alle diergroepen
meestal op het type en de bouw van het dier. Verder let een keurmeester ook op
de conditie van het dier. Je moet hier niet denken aan de conditie net als bij
een mens, dus of het wel hard genoeg kan lopen, maar je moet hierbij denken aan,
heeft de eigenaar zijn dier wel goed verzorgd, met andere woorden zit dit
dier wel lekker in zijn vel. Ook belangrijk is of het dier schoon wordt getoond
op de tentoonstelling. Een konijnen met gele zolen (voeten) een duif met mest aan de
poten of het pluimvee met vieze veren dat kan natuurlijk niet. De keurmeester
zal een dergelijk voorgebracht dier "drukken" in zijn beoordeling.
Beoordelingswaarden
De beoordeling van de dieren gebeurt met de
volgende predicaten:
Dis(kwalificatie) als een dier niet voldoet of
wanneer een dier zover is "geconditioneerd" is dat dit duidelijk
zichtbaar is. Er zijn wel eens fokkers die wol bij de konijnen wegknippen dat
dit duidelijk te zien is, bij onze gevederde vrienden worden wel eens veren -of
bij de duiven- slagpennen verwijderd.
In opbouwende volgorde zijn hier de predicaten
welke de dieren voor hun baas kunnen verdienen:M(atig), V(oldoende), G(oed), Z(eer) G(oed),
F(raai) en U(itmuntend). Tegen woordig gaat men ook wel meer over tot een
puntentelling. Zeker bij de sierduiven is dit tegenwoordig meer regel dan
uitzondering. 100 punten is het maximum haalbare.
Ik had het er over dat de meeste keurmeesters
1 helper hebben. Deze opmerking houdt dan ook in dat er uitzonderingen zijn.
Deze uitzondering vinden we bij de konijnen. Daar heeft een keurmeester
twee helpers. Eèn helper om te schrijven en èèn helper om de dieren aan te dragen. Dit aandragen
gebeurt omdat de konijnen net als de cavia's op een keurtafel gekeurd worden.
De Hoofdereprijswinnaars op de Deltashow
2004:
Grote hoenders, de fraaiste haan: New Hampsire,
van J. de Dooij te Ossendrecht.
Grote hoenders, de fraaiste hen: Hollands
hoen,K.Dingemanse te Heinkenszand.
Dwerghoenders, de fraaiste haan: Welsumerkriel:
J. Vingerhoets te Diessen.
Dweghoenders, de fraaiste hen: Oud Hollands
vechtkriel: Marco Wattel te Grijpskerke.
Siervogels, de fraaiste van allen: Japanse
Kwartel: Comb. Westerdijk te Vlissingen.
Watervogels, de fraaiste van allen:
Mandarijneend van de Comb. Ridderbos-Dekker.
Sierduiven, de fraaiste doffer: Engelse modena
van M.C.M Sebregts te Wouw.
Sierduiven, de fraaiste duivin: Maltheser
Kipduif van Comb. Goossens te Lepelstraat.
Konijnen, de fraaiste ram: Pool roodoog van P.W.
Martijn te Middelburg
Konijnen, de fraaiste voedster: A. Verlind te
Westdorpe met aan de linkerzijde de eigenaar van de kampioensram: P. Martijn te
Middelburg.
Cavia's, de fraaiste cavia: Mw. Zeedijk met de Cavia borstel.
Jeugdklasse.
Dit is een klasse voor de jeugd. In
tegenstelling wat sommigen denken is het dier de jeugdklasse maar het baasje van
het dier waar het om draait qua leeftijd. Wanneer een jeugdlid op 1 januari 16
jaar is dan mag hij dat jaar voor het laatst mee doen met de jeugdklasse.
Hier volgen dan de Hoofdereprijzen van de
jeugklasse.
Fraaiste grote hoen van een jeugd inzender: Tom
Vanhooren te Brugge met een Orpington.
Fraaiste dwerg hoen van een jeugd inzender:
Rutger Blom te Aagtekerke met een Barnevelderkriel.
Speciale toevoeging voor de kip: bedankt dat je
na 5 minuten en 7 foto's eindelijk eens stil stond en ook dank aan de meneer met
de grote baard en hoed voor het openhouden van het deurtje van de kooi.
Fraaiste sierduif van een jeugd inzender: Willem
Wisse te Ritthem met een Duitse Langsnavel Tuimelaar.
Fraaiste konijn van een jeugd inzender: Paul
Hijnen te Roosendaal met een Wener Blauw.
Fraaiste cavia van een jeugd inzender: Angela
Luteijn te Oostburg met een Rex Cavia.
Konijnen en tentoonstellen:
Nu we het toch over konijnen en cavia's hebben
kunnen we onderstaand zien hoe de keuring in zijn werk gaat. Een dier wordt
voorzichtig uit zijn kooi gehaald en naar de keurmeester gebracht. De
keurmeester weegt het dier. Elk dier heeft zijn minimum en maximum gewicht. De
kleinste, de kleurdwergen en de polen hebben een minimum gewicht van 900 gram.
De grootste, de Vlaamse Reus, zijn niet aan een maximum gewicht gebonden. Het is
niet zelden dat er een Vlaamse Reus bij een keurmeester op tafel zit van 8 tot
8,5 kilo.
Keurmeester Oomen bekijkt deze Vlaamse
"reus" van kop tot staart. Op de rechterfoto een Zwart Grannen konijn
op de weegschaal op de achtergrond kijkt Piet Martijn toe. Piet vindt je bijna
altijd op de Delta show in Middelburg. Volgens mij is hij al bijna 30 jaar NKB
lid. Het zwart grannen konijn vond ik zelf een heel mooi dier. Hij gaat het
volgens mij nog ver schoppen die dag
Enkele indrukken van de show:
Waar let een keurmeester nou precies op.
Tijdens het keuren let een keurmeester op de
volgende zaken bij een konijn:
-Bouw en Type, dit geldt voor elk
konijn.
-Beenwerk, met name de stevigheid
van het beenwerk is heel belangrijk. Dieren met ijl beenwerk worden in punten
gedrukt.
-Kopbouw, oogkleur en oorlengte,
bij hangoren gemeten van oorpunt naar oorpunt. Noemen we het behang
-Pels, de conditie van de pels. De
staat van de onderwol.
-Raskenmerken (verschilt dus per
ras en kleurslag) Bij tekeningrassen wordt er op de tekening gelet.
-Conditie niet alleen of het dier
goed gevoederd is maar ook of de verzorging goed is.
Hier de hoofdjury aan het werk,
de middelste -een pool- zou later de mooiste ram van de show worden.
Hier een Vlaamse Reus en daarnaast, nog groter de
latere kampioensram: een pooltje.
Cavia’s en tentoonstellingen:
In principe kan elke cavia ingezonden worden
naar een tentoonstelling. Dit komt omdat cavia’s als enige diersoort (naast de
kleine knagers, maar die zie je niet op elke tentoonstelling) geen merkteken als
een tatoeage of ring krijgen. Er zijn wel div. proeven geweest met oormerken en
ringen, maar tot nu toe is er nog geen goede manier gevonden om een cavia een
merkteken te geven.
Het is natuurlijk wel zo dat ook een cavia aan
de Standaardeisen moet voldoen, omdat het anders weinig nut heeft om zo’n dier
te laten keuren en tentoon te stellen.
Esther Stijns aan het schrijven bij de cavia's
Keurmeester Anneke Vermeulen bekijkt de Gladhaar Cavia roodoog zeer kritisch
De cavia is in verschillende haarvariëteiten en
kleurslagen erkend in Nederland.
Naast de ‘gewone’ Gladhaarcavia zijn verder
nog erkend de Borstelcavia (met rozetten over het gehele lichaam), de Rex-cavia
(met kort opstaand en stug aanvoelend haar, verder met gekrulde snorharen en
krullen op de buik), de US-Teddy (lijkt op de Rex, maar heeft zacht haar en geen
krulvorming), de Gekruinde cavia (met 1 enkele kruin op het voorhoofd), de
Langhaar (met rozetten, waardoor het dier een pony heeft), de Sheltie (een
langharige cavia zonder rozetten en geen pony) en de Tessel (een Sheltie met de
Rex-factor; krullen dus).
Niet elk ras is in alle kleurslagen erkend,
sommige rassen zijn zelfs nog maar in 1 kleurslag erkend, zoals de US-Teddy
in driekleur.
*Voorbereidingen:
Voordat een cavia naar een tentoonstelling kan,
moet er wel wat aan het dier gedaan worden. Het is een schoonheidswedstrijd, dus
het dier moet er tiptop uitzien. Dit begint al enkele weken voor de
tentoonstelling door het dier te ‘conditioneren’. Dit betekent dat alle
losse haren en te lange haren (de grannenharen) verwijderd moeten worden. Dit is
een secuur werkje en er gaat behoorlijk veel tijd inzitten. Men moet er
natuurlijk op letten dat er niet te grondig te werk wordt gegaan en er kale
plekken bij de cavia ontstaan.
Dit conditioneren gebeurd meestal met de vingers
en/of met een kam.
Langharige cavia’s zoals de Langhaar en de
Sheltie worden in de papillotten gezet; het haar wordt dus gewikkeld zodat het
schoon blijft en niet opgegeten kan worden. Deze cavia’s worden dan meestal
ook alleen gehuisvest als zij naar tentoonstellingen gaan. Fokdieren worden vaak
kortgeknipt.
Verder moeten natuurlijk de nagels geknipt
worden en moet vooral het eelt aan de voorpootjes niet vergeten worden. Ook kan
het nodig zijn om het dier te wassen, zeker bij witte en bonte dieren kan dit
nog wel eens nodig zijn. De langharige cavia’s worden meestal ook gewassen.
Sommige rassen kan men beter niet te vlak voor de tentoonstelling in bad doen,
andere rassen juist weer wel.
Op de dag van het inkooien moeten de dieren nog
eens goed nagekeken worden en vieze voetjes nogmaals schoongemaakt worden. Ook
de oren moet men even bekijken, zo ook de oogjes.
Ook moet het dier natuurlijk gewend zijn om op
een tafel gekeurd te worden, dus zal het dier regelmatig op een tafel gezet
moeten worden en alle handelingen ondergaan die de keurmeester ook zal doen (tandjes
bekijken, de buikbeharing bekijken etc.)
*De keuring zelf
Een cavia wordt op de volgende
onderdelen gekeurd:
-Bouw en Type
-Beentjes
-Kop, ogen en oren
-Beharing
-Raskenmerken (verschilt dus per
ras en kleurslag)
-Conditie (niet alleen
vleesconditie, maar ook de verzorging)
Voor sommige rassen geldt bv. de kleur en de
kleurverdeling zwaarder dan bij een ander ras. Een Gladhaar wordt strenger
beoordeelt op zijn kleur en kleurverdeling dan bv. een Rex, omdat bij de Rex
weer veel meer op de beharing wordt gelet. Wel moet een cavia altijd een cavia
zijn; een kort dier, met een beetje een plomp uiterlijk, hangende oren, Romeinse
(stompe) neus en korte pootjes.
Een cavia wordt dus op tafel gekeurd en vooral
door te voelen komt een keurmeester veel te weten. Een dier kan er mooi vol
uitzien, maar bij het voelen moet dat ook blijken.
Alle bevindingen van de keurmeester wordt op de
keurkaart geschreven door een helper en als laatste komt er een eindoordeel op
de kaart te staan. Bij cavia’s gelden dezelfde predikaten als bij de konijnen,
dus van de O van Onvoldoende naar de U van Uitmuntend, maar met een F van Fraai
kan je al meer dan zeer tevreden zijn!
Als er meerdere dieren van 1 ras met hetzelfde
eindpredikaat zijn, zal de keurmeester hier nog de beste van moeten uitzoeken.
Het is dus vaak zo dat er veel dieren heel goed kunnen zijn, maar dan is er net
eentje die net even beter is, of niet dat kleine foutje heeft die de andere bv.
wel heeft.Uiteindelijk zal er 1
cavia de winnaar van alle cavia’s zijn; een dier om trots op te zijn dus.
De senioren kampioen en de kampioen van een jeugdlid. Hiervan mag de
inzender niet ouder zijn dan 16 jaar.
Sier- en watergevogelte op de tentoonstelling
Onder Siergevogelte worden de
volgende diersoorten verstaan: kwartels, patrijzen, fazanten, frankolijnen,
lachduiven, kalkoenen, tragopanen, parelhoenders en pauwen . Onder
Watergevogelte alle gedomesticeerde eenden en ganzen en daarnaast de
oorspronkelijke eenden- en ganzenrassen.
Om Siergevogelte (en tevens
Hoenders en Dwerghoenders) te kunnen tentoonstellen moeten zij een erkende ring
hebben en daarnaast een entverklaring (ondertekend door een dierenarts) dat de
dieren geënt zijn tegen Pseudo-vogelpest.
Watergevogelte moet enkel een
erkende ring hebben.
*Voorbereiding
Het is aan te raden om de in te
sturen dieren ca. 1-2 weken voor aanvang van de tentoonstelling in
tentoonstellingskooien te huisvesten. Normaal gesproken zitten sier- en
watergevogelte in volières en andere ruime huisvesting, ze moeten echter wennen
aan de kleinere tentoonstellingskooien en moeten ook getraind worden om zich van
hun beste kant te laten zien.Vooral
de schuwere diersoorten moeten echt op hun gemak zijn in de tentoonstellingskooi,
anders kunnen zij niet goed beoordeeld worden. Sier- en watergevogelte worden
namelijk in de kooi gekeurd en niet uit de kooi genomen, dat gebeurd eigenlijk
alleen als de keurmeester een U (=Uitmuntend) als predikaat wil geven.
Het dier moet goed nagekeken
worden en daarnaast geconditioneerd. Onvolledige veren die door het verenpak
heen steken kunnen het beste weggeknipt worden, maar natuurlijk wel zo dat er
geen gat ontstaat. Vooral de veertjes op de borst en kop lenen zich hier goed
voor. Hierdoor kan een mooi aanliggend verenpak ontstaan, wat natuurlijk gewenst
is. Verder moeten kort voor het inkooien (liefst de dag van inkooien) de poten
en snavel goed schoongemaakt worden. De snavel is eventueel wat bijgevijld en de
poten kunnen met vaseline ingesmeerd worden, waardoor hun kleur beter opvalt.
*Inkooien
Bij siergevogelte als kwartels,
patrijzen etc. is het heel belangrijk dat er geen gewone tentoonstellingskooien
met harde bovenkant gebruikt worden. De bovenkant mag namelijk niet hard zijn,
dus het gewone ijzeren ‘dak’ is niet goed. Dit moet vervangen worden door bv.
een net en het liefst nog afgedekt worden met groene takken. Dit om te voorkomen
dat deze diersoorten bij een schrikreactie hun kop kapot vliegen. Deze dieren
zullen bij angst altijd naar boven springen, met alle gevolgen van dien. Hier
moet dus op gelet worden! Een aanpassing aan de gewone tentoonstellingskooien
kan al voldoende zijn, toch zijn speciale kooien die aan 3 kanten dicht zijn en
met net aan de bovenkant te prefereren.
Ook fazanten moeten een
‘zacht’ dak hebben, maar die worden in kleine volières gehuisvest en niet
in gewone kooien en dan is er meestal al sprake van een net of iets dergelijks
als dak. Zwaardere ganzensoorten kunnen trouwens zonder dak gehuisvest worden.
Sier- en watergevogelte kunnen
ook als koppel of paar ingestuurd worden; zij worden dan samen in 1 kooi
gehuisvest.
Op sommige tentoonstellingen is
het ook mogelijk om gedomesticeerde eenden als toom te laten keuren; een toom
bestaat uit 1 mannelijk dier en 4 vrouwen. Zij worden dan op hun uniformiteit
gekeurd.
De ringnummers van sier- en
watergevogelte worden niet op het inschrijfformulier vermeld, maar moeten bij
het inkooien ter plekke op de kooikaart (kaart waar het kooinummer op staat)
geschreven worden.
Een koppeltje Mandarijneenden samen met een
koppeltje Carolinaeenden op de Deltashow in Middelburg. Helaas van de carolina's
geen betere foto kunnen uitzoeken van de elf gemaakte kiekjes.
*De keuring
Zoals eerder gezegd worden sier-
en watergevogelte in de kooi gekeurd. Alleen bij twijfel of het willen geven van
een U zal het dier uit de kooi genomen worden. Een dier dat een U krijgt, mag
natuurlijk geen gebreken hebben die op het 1e gezicht niet gezien worden…….
Verder worden de dieren gekeurd
zoals alle andere diersoorten, namelijk op type en bouw, de raskenmerken en
conditie.
Grote en kleine hoenders:
Stukje wachtend op W. Wattel
Sierduiven:
Het showen en keuren van rassierduiven
Rassierduiven kennen we in vele
formaten, kleuren en kleurschakeringen, met een kraagje, een kap, met
voetbevedering, krullen, enz.. Zo hebben we kroppers, kleurduiven,
schoonheidspostduiven, kipduiven, meeuwduiven, structuurduiven en niet te
vergeten de vele verschillende tuimelaars en hoogvliegers.
Voor elk wat wils en dat is ook te zien op de
tentoonstellingen. Ieder heeft zo zijn of haar voorliefde voor een bepaald ras
of een bepaalde groep. Zo kunnen we op de tentoonstellingen honderden
verschillende rassen bewonderen. De één nog mooier dan de ander.
Het showen van rassierduiven brengt de nodige voorbereiding
met zich mee. Niet alleen moet men zorgen voor een goed stel ouders die de
nodige raseigenschappen bezitten om daaruit jongen te kunnen kweken die ook
voldoen aan deze raseigenschappen, men moet ze ook show klaar maken.
Een eerste voorbereiding is de verzorging van de duiven het
hele jaar door. Goede huisvesting, goede voeding, geen ongedierte in hok of op
het lichaam, vertrouwd zijn met de baas, hebben al een positieve invloed op het
“lekker in het verenpak” zitten van onze duiven. Daarnaast moeten we zorgen
dat ze in die lekkere conditie de puntjes op de "i" gaan zetten, door
hun verenpak in prima orde te laten zijn. We moeten zorgen dat ze er heel schoon
uitzien. En is de duif dat niet, dan moet ze in bad opdat haar verenpak er puik
uitziet. Ook de oogranden, bek, snavel en neus(doppen) moeten schoon zijn. We
zorgen er voor dat de duif schone poten heeft met schone nagels en een schone,
goed leesbare ring. Verder moeten we de duiven wennen aan het tijdelijk
onderkomen: de tentoonstellingskooien op de show. We moeten ze trainen om in
zo’n kooi te zitten en zorgen dat ze dat gewend zijn, zodat ze niet schuw zijn, waardoor het
voor de keurmeester onmogelijk is de duif te keuren op zijn of haar kwaliteiten.
We zorgen verder voor goed transportmateriaal: een goede
verzendkist waarin de duiven op goede wijze vervoerd kunnen worden naar de show
en ook weer terug.
Nadat we de duiven ’s avonds op de show in de kooien hebben
gezet, krijgen ze tot de volgende ochtend rust om te wennen aan de kooi, de
omgeving en de buren. Ze kunnen daarbij eten en drinken. Dat is noodzakelijk,
want een duif die niet op haar gemak is, zal bijv. bij kroppers niet willen
blazen of niet de juiste stand willen innemen. Een goed getrainde duif die weet
wat hem of haar “te doen staat” zal direct bij het tikken tegen de kooi of
het aanroepen van de duif in stelling gaan staan. Dit is al een eerste pré bij
de beoordeling door de keurmeester.
De keuring geschiedt vergelijkend aan de hand van een
standaardtekening en beschrijving van het ras. De tekening is een ideaalbeeld
dat men zo goed mogelijk dient te benaderen. Vóór aanvang van de keuring loopt
de keurmeester een keer langs de kooien om zo een eerste indruk te krijgen van
hetgeen door de fokkers is ingezonden. Kwaliteits dieren springen er doorgaans
direct uit en zeker voor een kenner als een keurmeester dient te zijn. Hij weet
al vrij vlug wat voor kwaliteit hij in de diverse te keuren rassen onder ogen
krijgt. Na de eerste indruk begint de keuring. Doorgaans heeft de keurmeester
een helper oftewel een schrijver. Van iedere duif die hij keurt wordt een
beoordeling op schrift opgemaakt en deze beoordelingskaart wordt aan de kooi
gehangen, zodat iedereen, van fokker tot bezoeker, kan lezen op welke wijze de
duif voldoet aan de standaardeisen. De schrijver zal de beoordeling die de
keurmeester opsomt, netjes op zo’n beoordelingskaart schrijven.
De keurmeester beoordeelt eerst het dier in de kooi en kijkt
naar het type: beantwoordt de duif aan het “standaardplaatje”, staat de duif
goed, bij een kropper: blaast de duif voldoende bij actie; bij voetbevederde
rassen: is de voetbevedering compleet mooi en vol. Vervolgens neemt de
keurmeester de duif uit de kooi om bijvoorbeeld de kleur op het gehele dier of
alleen op de vleugelschilden te bekijken, heeft het dier genoeg witte slagpennen,
is de aftekening voldoende tussen een wit veld en een gekleurd veld, is de
snavel van voldoende lengte en zwaarte, is de kopronding voldoende of is deze te
plat of gedeukt. Kortom, aan de hand van de standaardbeschrijving neemt hij de
duif in ogenschouw. Alles wat goed of niet goed is zegt hij in korte zinnen
tegen de schrijver die dat op de beoordelingskaart schrijft. Na de beoordeling
van het dier krijgt het dier een waardering: het predikaat met daarbij (enkel
bij de rassierduiven) een puntenwaardering. Vervolgens leest de keurmeester het
ringnummer op dat ook op de beoordelingskaart wordt geschreven.
Nadat alle duiven een beoordeling met waardering hebben
gekregen, gaat de keurmeester over tot het toekennen van de uitgeloofde
ereprijzen. De schrijver zet alle kooinummers bij de desbetreffende winnaars.
De meest belangrijke ereprijzen - de hoofd-ereprijzen voor de
fraaiste duiven op de show - worden toegekend door een hoofdjury. Deze jury
bekijkt alle topdieren die door de keurmeesters naar voren zijn geschoven als
potentiële winnaars en dan is het dikwijls plussen en minnen. De topdieren
worden dan nog eens aan een onderzoek onderworpen en bij gelijke kwaliteit wordt
er gekeken naar kleine onderdeeltjes. De duif die zich dan het best verkoopt of
nèt dat tikje meer heeft, zal met de eer gaan strijken.
U 97 punten
De aankleding en de sponsoring:dit verhaal maak ik later
weer af.
Ook moet je de sponsors de kans geven om hun waar te
presenteren. Ze willen graag de fokkers hun waar laten zien. Ook is er helemaal
niets tegen als niet clubgebonden activiteiten plaats nemen op de
tentoonstelling. Steeds meer fokkers worden ouder, de belangstelling door de
jeugd maakt niet goed wat we bij de ouderen verliezen.
Ook voor de siertuin waren er hokken genoeg te zien er waren
niet teveel kijkers, alhoewel er schijnt belangstelling te komen alleen is het
wat
voor ons? Ik ken de einduitslag nog niet, maar wie weet
volgend jaar weer enkele nieuwe leden?